Museumbezoek

Museumbezoek: de sleutel tot een langer leven?

De musea zijn onlangs weer geopend. Reden voor een feestje, zeker voor wie wel eens de New York Times leest. De krant meldde namelijk dat museumbezoek je leven verlengt. Een uitje én een jaartje extra erbij? Ik teken ervoor!

In de media vind ik wel vaker verrassend eenvoudige manieren om me te verzekeren van mijn oude dag: als ik na mijn museumbezoek ook nog in bad ga, kan ik me helemaal verheugen op wat extra gezonde jaren. Voordat u nu de douchekop weggooit en driftig tijdssloten voor allerlei musea gaat reserveren, toch wat kanttekeningen.

Ik wil best geloven dat mensen die naar het museum gaan, langer leven. Wat ik niet geloof, is dat mensen langer leven omdat ze naar het museum gaan. Allereerst, hoe zou dat moeten werken? Wat verandert er in je lichaam zodra je de drempel van het Rijksmuseum overgaat? Ten tweede, en belangrijker, zijn hier alle tekenen van een veelgemaakte statistische fout: het verwarren van correlatie en causatie.

Correlatie en causatie

Wanneer museumbezoek toeneemt, neemt iemands levensduur ook toe. Zo’n verband noemen we een correlatie, een positieve in dit geval. Daarmee kun je voorspellingen doen. IJsverkoop en verdrinkingsdoden zijn ook positief gecorreleerd. Wanneer er meer ijsjes worden verkocht, durf ik te wedden dat het aantal mensen dat verdrinkt ook toeneemt. Maar dit betekent niet dat het ene fenomeen het andere veroorzaakt. Oftewel, er is hier geen sprake van causatie.

Bij een causaal verband kunnen we ingrijpen. Niemand zal echter voorstellen om alle ijsjes uit de schappen te halen, zodat er niemand meer verdrinkt. Er is een duidelijke andere oorzaak: lekker weer. En zo ook met het museumbezoek. Wie gaan er regelmatig naar musea? Vooral mensen met een hoog inkomen. Een hoog inkomen leidt tot allerlei gezondheidsvoordelen. Museumbezoek en een lang leven zijn gevolgen van een hoog inkomen, maar niet van elkaar.

Onzinadviezen opsporen

Waar gaat het mis? Ligt het aan journalisten, die ons veel te mooie krantenkoppen voor willen schotelen? Ik zou het niet wijten aan kwaadaardigheid. Het is niet zo eenvoudig om het onderscheid te maken tussen correlaties en echte causale verbanden. Soms klopt zo’n causale claim namelijk juist wel. Van roken leef je echt korter. Sporten is echt goed voor je. Hoogopgeleide mensen leven echt langer. Altijd gemiddeld gezien natuurlijk, we kennen allemaal uitzonderingen.

Hoe kunt u dan de nuttige tips van de nutteloze onderscheiden? Een paar praktische adviezen voordat u uw levensstijl omgooit:

  1. Zoek de wetenschappelijke studie op. Wordt daar gesproken over een `associatie’ of een `relatie’, of dat iets `voorspellend’ is? Dat betekent allemaal dat alleen een correlatie is vastgesteld. In de vertaling naar een krantenkop verschijnt soms ineens het woord ‘oorzaak’ terwijl dat helemaal niet in het onderzoek stond.
  2. Laat uw gedachten gaan over de bewering: is het logisch? Te mooi om waar te zijn? Kunt u bedenken op welke manier het een het ander zou veroorzaken? Kunt u misschien een gemeenschappelijke oorzaak bedenken, zoals het lekkere weer bij de ijsjes of het hoge inkomen bij de musea?
  3. Kijk of er meer onderzoek naar is gedaan. Kwam daar hetzelfde uit? Als er één enkel onderzoek is geweest, is dat minder overtuigend dan wanneer er tientallen keren hetzelfde is gevonden.

Ik hoop dat u hiermee goed beslagen ten ijs komt, de volgende keer dat u leest dat het eeuwige leven in het verschiet ligt als u in een Tesla gaat rijden of een villa koopt. Geniet u vooral van uw bad als u dat hebt, en van een museumbezoek als u dat leuk vindt. Maar dan voor een aangenamer, niet een langer, leven.

Fotocredits:
Hoofdfoto: Ståle Grut op Unsplash

Stéphanie van der Pas

Oorzaak of gevolg? Elke dag houd ik me bezig met dat ontwarren. Zodat we daarmee kunnen ontdekken wat er nu echt goed voor je gezondheid is.

Add comment

To the VVSOR website