Zwangerschapskans

Zwanger worden kost tijd: over kansen, feitjes en taboes

Seksuele voorlichting op de middelbare school draait vooral om het voorkómen van ongewenste zwangerschappen en soa’s. Daardoor krijgen we eigenlijk niet veel mee op het gebied van gewenst zwanger proberen te worden. Dit leidt o.a. tot taboes die nog steeds spelen. Tijd om daar verandering in te brengen.

Praten over niet zwanger kunnen worden, doe je niet zo snel. Tenminste, niet met vrienden en familie. Mijn onderzoek gaat over zwangerschapskansen en behandelingen wanneer het niet lukt om natuurlijk zwanger te worden. Wanneer ik een presentatie geef over dit onderwerp, komen na afloop vaak mensen naar mij toe om te praten over hun vruchtbaarheidsproblemen. Wat ze lastig vinden om met hun vrienden en familie te bespreken, durven ze wel aan mij, een vreemde, te vertellen. Eén van hen zei zelfs dat het gewoon niet bespreekbaar was in zijn eigen cirkel: een taboe. Taboes ontstaan door een combinatie van allerlei factoren maar de belangrijkste lijken mij hier de impactvolle, intieme aard van het onderwerp en het gebrek aan onderwijs, bijvoorbeeld tijdens seksuele voorlichting.

Daarom bespreek ik in deze post twee gaten in de algemene kennis: wat is de kans voor een heteroseksueel koppel om zwanger te worden per eisprong (als in, per poging)? En wat is de kans dat het na een jaar niet gelukt is?

Kans op zwangerschap

Eerst kort: zwanger worden kan alleen rondom de eisprong, waarbij de beste timing om te vrijen een dag of twee ervoor is.1 Het idee is dat het zaad dan de tijd krijgt om zich richting baarmoeder of eileider te bewegen en de eicel vlug te bevruchten. Pas als de bevruchtte eicel (het embryo) zich in de baarmoederwand heeft ingenesteld, spreek je van een zwangerschap.

De kans op zwangerschap per eisprong is ongeveer 20 procent.1,2 Laat dit even bezinken: is dit lager dan je dacht, of juist hoger? Als je deze zwangerschapskans vergelijkt met die van andere zoogdieren, dan stelt dat flink teleur. Zo kan de kans oplopen tot 80 procent bij bavianen en zelfs 90 procent bij gefokte konijnen.1 Een evolutionaire theorie stelt dat het voor de overlevingskans van onze soort beter is om één kind langer op te voeden, in plaats van meerdere kinderen te verwaarlozen.

20 procent betekent dat de verwachte waarde, het aantal eisprongen die de meeste koppels er over doen om zwanger te worden, 1/0.20=5 is. Dat zijn dus vijf maanden, plus negen maanden zwangerschap, waarin voor het eerste kind gezorgd kan worden. Dat simpele feitje kan al zoveel zorgen weghalen wanneer het niet binnen een maand of twee lukt: dit is in lijn met wat je verwacht! Maar wat is de kans dat het langere tijd niet lukt?

Subfertiel na een jaar proberen

Eén op de acht koppels, oftewel 12,5 procent, is na een jaar proberen nog niet zwanger. Een jaar is een veelgebruikte drempel voor vruchtbaarheid, waarna we het koppel ‘subfertiel’ noemen. Subfertiel, ofwel minder fertiel, is een lastige term. Het betekent niet hetzelfde als infertiel, onvruchtbaar, steriel, opgedroogd of wat voor afschuwelijke term dan ook. Als subfertiel koppel kom je in aanmerking voor controleonderzoek. Vaak komt daar niets uit: subfertiele koppels kunnen nog gewoon op natuurlijke wijze zwanger worden. Ze lijken daar alleen langer over te doen dan anderen.

Vind je dit nog moeilijk te geloven na een jaar proberen? Laat me een voorbeeld schetsen. In de figuur hieronder bereken ik de zwangerschapskans over meerdere pogingen, waarbij ik ervan uitga dat iedereen ‘normaal’ is en 20 procent kans heeft per eisprong. Je kunt dus ook de kans zien dat het niet lukt, bijvoorbeeld 80 procent in de eerste eisprong.

We lezen af bij twaalf voorbijgegane eisprongen dat als we honderd van deze koppels een jaar zouden volgen, er zevenvn na een jaar nog steeds niet zwanger zijn. Dit is puur toeval! Ze zijn dan (hopelijk) gelukkig in de liefde, maar hebben wel pech in het spel. Er is niets met deze koppels ‘aan de hand’, ze zijn precies hetzelfde als de rest, maar zij hebben twaalf keer op rij geen zes gegooid met de spreekwoordelijke dobbelsteen. En deze horen bij die één op de acht die subfertiel zijn en wij in de fertiliteitskliniek zien!

vn: (1-0.2)12 * 100 = 7

Met één op de acht is de kans dus groot dat minstens één koppel in je sociale cirkel moeite heeft om zwanger te worden. Je kent, misschien zonder het te weten, meer subfertiele koppels dan dat je mensen kent die een arm hebben gebroken.(dit is een ruwe inschatting, ik heb hier geen harde cijfers van) Als je het zo zegt, is het eigenlijk best gek dat we het moeilijk vinden om hierover te praten.

Voor nu krijg je deze twee feitjes mee. Ken jij iemand met vruchtbaarheidsproblemen, of heb je deze zelf? Praat erover! Steun van je omgeving heb je hoe dan ook nodig, of het nou is om samen te huilen of om samen wat te vieren.

Verder lezen

20 procent is het gemiddelde over alle koppels: we weten dat de kans op zwangerschap erg kan verschillen tussen koppels en dat er in het controleonderzoek duidelijke oorzaken voor subfertiliteit gevonden kunnen worden.2 Daarover schrijf ik later meer.

Voor meer informatie en een luisterend oor kun je terecht bij de patiëntenvereniging Freya voor mensen met vruchtbaarheidsproblemen: www.freya.nl

Bronnen

1. Evers JL. Female subfertility. Lancet 2002;360:151-9.

2. te Velde ER, Eijkemans R, Habbema HD. Variation in couple fecundity and time to pregnancy, an essential concept in human reproduction. Lancet 2000;355:1928-9.

Hoofdfoto: pxfuel.com

Rik van Eekelen

Epidemioloog, methodoloog en/of statisticus, afhankelijk van wie het vraagt. Mijn interesses zijn survival analyse, causaliteit en voorspellende modellen en ik pas deze toe in de voortplantingsgeneeskunde. Het enige wat telt in klinisch onderzoek, is de onderzoeksvraag.

Add comment

To the VVSOR website